Wilt u meer informatie of een informatief gesprek, bel of mail dan met ons.

020 346 71 71
info@furore.com

Rob Mulders

'Geïntegreerde intelligence voor bedrijfsvoering, patiëntenzorg, onderwijs en onderzoek is noodzaak.'

De praktijk

Daar waar onderdelen gedeeld kunnen worden, is er samenwerking tussen de UMC’s en Furore. Deze samenwerking bevat het uitwisselen van tools, het delen van cursussen, maar ook het samen opzetten van de Medical Intelligence referentiearchitectuur.

Daarnaast worden er ook themasessies georganiseerd. In deze themasessies komen onderwerpen als Enterprise Datawarehousing en DataVault op zowel praktisch als organisatorisch niveau aan bod. De onderwerpen bij de themasessies worden vastgesteld op basis van de vragen van alle aangesloten partijen.

Generieke Medical Intelligence referentiearchitectuur

MI-Architectuur

De generieke Medical Intelligence referentiearchitectuur bestaat uit vier lagen:

Staging

Vanuit verschillende bronnen, zoals ZIS (Ezis), Biobank (LMS), Echo, ECG, Lab (Glims) wordt data verzameld naar de staging-laag. De data wordt 1 op 1 overgenomen uit de bron zonder businesslogica mee te nemen noch toe te passen. De staging-laag wordt bij elke nieuwe extractie volledig vervangen.

Integratie

Nadat de extractie heeft plaatsgevonden naar de staging-laag, wordt de data ingelezen in een DataVault-model (of ander datawarehouse), de integratielaag. Door het gebruik van de modelleertechniek DataVault van Dan Linstedt wordt de data historisch verankerd. Dit houdt in dat alle gegevens worden bijgehouden in een soort logboek (inclusief mutaties en veranderingen van bronsystemen). Hierdoor is altijd duidelijk wat op een bepaald punt in de tijd de geldige gegevens in de integratielaag waren.

In zowel de staging- als de integratielaag wordt geen business logica opgenomen en is zo veel mogelijk 1 op 1 naar de bron gemodelleerd uitgaande van traceability en GCP (ICH).

Transformatie

Nadat de data historisch is verankerd in DataVault worden er transformaties en bewerkingen toegepast. De gegevens worden hierbij gestandaardiseerd en ontdaan van duidelijk foutieve invoer. Waar nodig kan data worden  gepseudonimiseerd of geanonimiseerd.

Uitgifte

Als de data is getransformeerd is het mogelijk op een reproduceerbare manier data-uitgiftes te doen aan onderzoekers, business-intelligence afdelingen en externe aanvragers (b.v. DICA, IGZ). De uitgifte van de data moet mogelijk zijn op verschillende manieren en volgens verschillende formats.

Autorisatie en anonimisatie

Niet alle data is voor iedereen toegankelijk; autorisatie zal per laag ingericht worden. Per onderzoek moet er bepaald worden wie toegang krijgt tot gegevens, idealiter volgens ‘Good Clinical Practice’ richtlijnen.

Praktijkcases

Bloeddruk

Het is, als we spreken over bloeddruk, van belang om te weten welke bloeddruk wordt bedoeld en hoe deze is afgenomen. De bloeddruk kan verschillen per arm, maar ook na een inspanning door het beklimmen van 10 traptreden. De Bloeddruk DCM van Nictiz definieert daarom hoe je het gebruikte apparaat, de lichaamspositie, het type gebruikte Korotkov-geluid, de maat van het manchet en de locatie van meting kunt vastleggen. Het is noodzakelijk dit bij elke meting vast te leggen; als hierover in het protocol vaste afspraken zijn gemaakt, kan dit eenvoudig in het DCM worden vastgelegd als uitgangspunt, in plaats van als een variabele per meting.

Medicatie

Medicatie is een complex model. Binnen het medicatiemodel moeten verschillende onderdelen worden vastgelegd zoals wijze van toediening, toedieningsschema’s en gebruikte medicatie. De complexiteit voor medicatie zit in het aantal verschillende mogelijkheden van voorschrijven van medicijnen en het aantal verschillende toedieningsschema’s. De DCM beschrijft de wijze van vastlegging van het toedieningsschema, zodat deze door verschillende partners ondubbelzinnig te interpreteren valt. Ook stelt het DCM vast wanneer bijvoorbeeld de G-standaard gebruikt moet worden en wanneer andere coderingen.

DDR-extract: een tool gemaakt in MI-verband

Voor onderzoek wordt vaak gebruik gemaakt van vragenlijsten. Deze vragenlijsten worden in ChipSoft Ezis in de vragenlijst-module (DDR) gebouwd en ingevuld. Vanwege de complexe aard van de uiterst flexibele vragenlijsten, is in het UMCU een eigen tool ontwikkeld om de vragenlijsten te kunnen extraheren. Deze tool wordt door UMCU en LUMC samen gebruikt.

Doorzoek onze website